DE ROODE BIOSCOOP

DE ROODE BIOSCOOP

Beste buurtgenoten,

 

voor het blad SCENES interview ik theatermakers. Deze keer mocht ik Felix Strategier interviewen. Felix is een buurtgenoot en in dit interview vertelt hij ook over De Roode Bioscoop op het Haarlemmerplein. Lees het want hoewel de Roode Bioscoop erg populair is, is he lang niet bij iedereen bekend wat er nou precies gebeurt.

Felix Strategier.  Straatartiest, acteur, muzikant, zanger, performer, ondernemer en een leven lang volstrekt eigenzinnig. ‘Ik voel me een ontdekkingsreiziger op zoek naar nieuwe inzichten.’ 

Ik volg jou al jaren en heb enorme bewondering voor je eigenzinnigheid. In de jaren tachtig zag ik je op straat optreden met Stef van den Einden, onder de naam De Gebroeders Flint. Was dat het begin?

Ja zo ongeveer wel. Ik heb na het seminarie, waar ik een fantastische tijd had doordat ik daar de literatuur en de poëzie ontdekte, dwarsfluit gestudeerd aan het conservatorium. Ik heb mezelf daarna saxofoon, piano en accordeon leren spelen en ja.. we gingen de straat op en deden dingetjes, invalletjes, idiotie. Dan had Stef het pak aan van een generaal, rolde ik een rood lopertje voor hem uit op het Centraal Station, maakte we een hoop drukte om niks en stapte Stef de trein in terwijl ik stond te buigen. Enorme flauwekul. Later werd het clownesker, visueel interessanter en vooral muzikaler. Soms zaten er zo’n 1000 mensen in een cirkel om ons heen op de Noordermarkt. Dan haalden we met de pet op een dag een paar duizend gulden op. 

Op het Haarlemmerplein in Amsterdam heb je al decennia ’jouw’ Roode bioscoop; een uniek theatertje waar maximaal 70 mensen in kunnen. Ik heb Frederique Spigt bij jou zien optreden, Huub van der Lubbe, Loes Luca, Joost Prinsen en nog veel meer mensen die doorgaans voor een uitverkochte zaal staan. Waardoor komt iedereen bij jou optreden voor 70 mensen?

Dat weet ik ook niet precies. De Roode bioscoop is wel een plek waar mensen van gaan houden en snel een band mee krijgen. Het is zoals een theater volgens mij moet zijn; toegankelijk, geen opgelegd pandoer, een open deur, dicht bij de mensen. En… ja… ik ben een terriër. Ik laat de broekspijp nooit los. Maar de gunfactor is eigenlijk altijd heel erg hoog geweest. 

Ja. Dat snap ik bij jou. Je bent een charismatisch iemand.

Mensen voelen wel dat het mij ergens om te doen is. Dat ik iets maak waar een ziel in zit. Dat spreekt mensen aan, denk ik. De Roode bioscoop was al lang over de kop gegaan zonder de zeer schappelijke, niet marktconforme huur die wij daar betalen.

Jullie hebben geen structurele subsidie?

Nee niet structureel, maar met enige regelmaat ontvangen we steun van het Amsterdams Fonds voor de kunst en het fonds voor de podiumkunsten. Met de hulp van veel vrijwilligers die ons bijstaan knopen we de eindjes aardig goed aan elkaar.

Elke zaterdagmiddag is er in De Roode Bioscoop ‘Cafe Rosso.’ Dan  worden er jonge dichters, muzikanten en acteurs voorgesteld aan publiek in een hele intieme informele sfeer. Mensen kunnen gewoon om vier uur naar binnen lopen, vrij entree. Zoiets is geweldig voor de sociale cohesie in een buurt.

Ja en het geeft de ruimte om te experimenteren. We brengen wildvreemde muzikanten en dichters bij elkaar . Het zijn altijd hele gezellige middagen die goed bezocht worden. Het zou leuk zijn als het ook de nieuwe aanwas, het jonge publiek, wat meer zou komen. Hoe gevarieerder het publiek, hoe beter. 

 Bij het hele grote publiek ben je niet bekend. Steekt dat je?

He-le-maal niet. Ik heb in mijn leven één keer meegewerkt in een productie van een groot gesubsidieerd gezelschap en toen dacht ik: dit nooit meer! Deze mensen gaan naar hun werk! Die zitten hier te doen wat de baas wil dat ze doen. Dat kan ik niet, dat is niets voor mij.

Je bent altijd je eigen producties blijven maken waarin je zelf speelt, als acteur en als muzikant. De laatste twintig jaar legt jouw gezelschap Flint zich voornamelijk toe op  muziektheater op basis van poëzie en Liederen. Je hebt een programma over Ierse dichters gehad in, een programma met het werk van Carlos Drummond de Andrade, Paul van Ostayen, en Achterberg, om maar wat te noemen uit je enorme repertoire. 

Ja. Wij halen de geur van heiligheid weg die rond de poëzie hangt. Poëzie zou op zijn minst een prominente plek in de samenleving moeten hebben, zoals dat in Zuid Europa veel gebruikelijker is. Poëzie is hier nog steeds iets waar naar gegrepen wordt bij dood en andere rampen. Dan voelt iedereen dat die verdichting in de taal dan nodig is. Maar die verdichting is ook nodig in het alledaagse leven, om te schoonheid te kunnen blijven zien en voelen.

Op een andere manier, met Pikketanissie,  sta je, ook met dit werk, erg dicht bij de gewone mensen.

Is dat iets waar je naar streeft? 

David Vos en ik zingen Jordaanrepertoire in Pikketanissie.  We brengen daarin werk van o.a Louis Davids dat nooit eerder is uitgevoerd maar ook ‘Dievenwagen’ en  ‘Aan de voet van de oude Wester’ En we worden daarbij begeleid door prachtig gitaar- en cellospel. Hele nieuwe arrangementen dus. Voor mij is muziek onmisbaar binnen het theater. Muziek met poëzie is een heel goed huwelijk. En Louis Davids is ook poëzie.

Schrijvers zoals Lisa de Rooij en Boudewijn Rikmenspoel hebben bij jullie een podium gevonden.

Dat vinden wij belangrijk. Eigenlijk zijn wij nog steeds straattheater, maar dan met muren er omheen. Ik bedoel dat de mentaliteit nooit veranderd is. Het gaat ons om het onverwachte, het nieuwe, het frisse. Dat zou je niet zeggen als de je Roode bioscoop van binnen ziet, want dat is nostalgia, maar dat hoort er ook bij. 

Je hebt ook samen met je vrouw Fran Waller Zeper een paar schitterende stukken gemaakt waar onder de theaterhit Bingo. Dat speelde in een tent in 1995 voor het eerst en in 2015 ging het op De Parade in reprise. Een klein meesterwerk dat hopelijk tot het Nederlands repertoire gaat behoren.  In Edinburgh wonnen jullie in 1998 een Herald Angel. Bingo!  zou zo door een repertoiregezelschap gespeeld kunnen worden.

We vroegen ons  35 jaar geleden af hoe allochtonen overleven in de Nederlandse samenleving. Bingo! gaat over een Italiaans-Russisch echtpaar dat een illegaal bingopaleis bestiert.Gaandeweg wordt het publiek bij deze voorstelling mede verantwoordelijk gemaakt voor het voortbestaan van de bedrijf. Dat was een meesterlijk zet die blijft werken ja. 

Sinds 2018 heb je een programma rondom het werk van de dichter Lucebert, een Jordanees in hart en nieren overigens. 

Lucebert heeft Brabants, Vlaams, Portugees en Joods bloed. Hij heeft nog gefeest met Tante Leen. Hij was straatzanger. Ja, dat leven ligt heel dicht bij dat van mij. En bij het theater dat we willen maken. De jazz was belangrijk in zijn leven. Dat was voor mij nieuw, om een programma met jazz te maken. Ik had wel eerder met Ernst Glerum,Wolter Wierbos, Sean Bergin en Ernst Reijseger  gewerkt. Ik  hou niet van repeteren maar bereid alles heel gedegen voor zodat we aan vijftien keer repeteren meestal genoeg hebben. Voor een programma komen we  nooit meer dan een keer of tien bij elkaar. Dat moet genoeg zijn en dan ‘gaan’ weet je wel. Maar bij jazz is dat verdomd moeilijk want die gasten zijn net zo eigenwijs  als ik. Dat was een nieuwe ervaring, maar ik hou met hart en ziek van deze voorstelling. 

Wat ik ook zo bijzonder vond is dat de wereldberoemde Zuid-Afrikaanse dichters Antjie Krog bij de de premiere was van jullie programma rondom haar werk  ‘Sal ek altijd wit wees.’ 

We hebben nog steeds contact. Ze was ook bij ons programma rondom Lucebert. ( Of was het Slauerhof Felix??? Dictafoon is stuk, ik doe het uit mijn hoofd.) Ik ben een groot bewonderaar van haar werk en zij was erg blij met onze voorstelling. De muziek van Wolter en Ernst versterkte het ruige en het kwetsbare van haar poëzie. 

Je bent ziek. Kijk je nu veel terug op je carrière?

Nee, helemaal niet. Ik heb fantastische opvolgers en ik wil blijven doorwerken. We doen ons programma ‘Zwervershart’ op dit moment. Dat gaat goed. Slauerhof was de inspiratiebrom voor dit programma. Het is zo heerlijk om poëzie van over de hele wereld te mogen brengen met zo’n prachtig muzikaal trio; Saskia Meijs op altviool, Eilidh Martin op cello, Marko Bonarius op contrabas. Daar word ik heel gelukkig van. Bij mij is mijn leven zo verweven met mijn werk. Dat kan ik niet uit elkaar trekken. Dus ik kijk niet zoveel terug. Maar nu je het vraagt…. ja, ik wil wel zeggen dat ik dankbaar ben dat ik helemaal mijn eigen pad heb mogen bewandelen en op dat pad zoveel fantastische mensen ben tegengekomen die me geïnspireerd hebben. Er is mij veel, heel veel, gegund. Dat is mooi.

 

Maria Goos

Deze post heeft 2 reacties

  1. Wat een mooi interview Maria, ik heb wervel geleerd over Felix Strategier .

  2. Bedankt voor dit mooie interview. Lang leve Felix!

Geef een reactie

Sluit Menu